De gemeenteraad keurde op 28 maart 2023 het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen goed. Het reglement loopt tot 31 december 2025 en moet opnieuw gestemd worden.
Het huidige reglement is voldoende duidelijk, maar er zijn inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.
De gemeenteraad keurt het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen goed.
De gemeenteraad keurde op 28 maart 2023 het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen goed.
Dit reglement loopt af op 31 december 2025 en moet opnieuw gestemd worden.
Het gewijzigde reglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Herentals heeft momenteel een gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen. Dit reglement geldt tot 31 december 2025 en moet opnieuw gestemd worden.
Het huidige reglement is voldoende duidelijk, maar er zijn enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen hebben als doel om bepaalde aspecten meer te verduidelijken.
Het college van burgemeester en schepenen heeft het reglement op 17 november 2025 principieel goedgekeurd.
De gemeenteraad keurt het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen goed als volgt:
Reglementen 2026-2031
Gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen
1. Algemene bepaling
Het reglement geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Doel:
De stad kan een register van leegstaande gebouwen en woningen bijhouden op grond van artikel 2.9 Vlaamse Codex Wonen.
De stad heeft op grond van boek 2, deel 2 besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen ook de verplichting om een leegstandsregister bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform).
Het leegstandregister is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen.
Boek 2, deel 2, titel 3 Vlaamse Codex Wonen bepaalt het decretale kader voor het leegstandregister. Een gemeentelijke verordening kan daarnaast nadere materiële en procedurele regelingen bepalen.
Een gemeentelijke verordening kan de functies omschrijven die een effectief en niet- occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen. De stad heeft deze niet omschreven in onderhavig reglement. Dit heeft tot gevolg dat om de kwalificatie als ‘leegstaand’ te verhinderen, een woning in principe moet aangewend worden in overeenstemming met de woonfunctie.
De stad kan de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband. De stad heeft deze bevoegdheid overgedragen aan IOK bij besluit van 2 juli 2019. De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden, bezit de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden.
De intergemeentelijke administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties die in dit reglement vastgelegd zijn.
Door de bijzondere problematiek van leegstand in het kernwinkelgebied, wil de stad de zakelijk gerechtigden van gebouwen met een economische functie, gelegen binnen het kernwinkelgebied, sneller en zo snel als redelijkerwijze mogelijk is, aansporen om actie te ondernemen om de leegstand te beëindigen. Daarom wordt de termijn voor opname in het leegstandsregister, waarna de eerste leegstandbelasting verschuldigd wordt, voor de gebouwen met een economische functie, gelegen binnen het kernwinkelgebied verkort. De stad beschouwt een termijn van 6 maanden om opgenomen te worden in het leegstandsregister als redelijk. Als compensatie zal dan ook de mogelijkheid gegeven worden om een schrapping uit het register te bekomen als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in 1. Algemene bepalingen – Definities, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 3 opeenvolgende maanden.
De gebouwen en woningen die tot op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister blijven opgenomen in het leegstandsregister op datum van de administratieve akte.
Definities:
1° Administratie: de personeelsleden van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister en opsporing van leegstaande panden.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3° Gebouw: Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
4° Houder van het zakelijk recht: De persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
5° Leegstaand gebouw: Een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding, milieuvergunning of melding, of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en latere wijzigingen, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid.
6° Leegstaand gebouw met economische functie: gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden voor gebouwen met een economische functie, gelegen binnen het kernwinkelgebied. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
7° Leegstaande woning: Een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie, die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9. van de Vlaamse Codex Wonen.
9° Woning: Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
10° Kernwinkelgebied: Het gebied bestaande uit Grote Markt, Hofkwartier, Zandstraat (tot aan Zandpoort) en Bovenrij (tot aan Bovenpoort).
2. Wijze van inventarisatie
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij van leegstaande woningen en gebouwen.
§2. De administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning op basis van volgende indicaties:
1° Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning.
2° Het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf.
3° Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen.
4° De aanwezigheid van een attest dat de waterleiding reeds meer dan 1 jaar afgesloten is.
5° De aanwezigheid van een attest dat de elektriciteit reeds meer dan 1 jaar afgesloten is.
6° De vermindering van het kadastraal inkomen op grond van artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992.
7° Een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten.
8° De onmogelijkheid om de woning of het gebouw te betreden, bv. door een geblokkeerde toegang.
9° Verzegelde toegang(en) tot de woning of het gebouw.
10° Geblindeerde (bijvoorbeeld dichtgeplakt, dicht geschilderd), dichtgemaakte (bijvoorbeeld dichtgetimmerd, gemetseld) of gesupprimeerde raam- en of deuropeningen.
11° De winddichtheid van de woning of het gebouw is niet gewaarborgd (belangrijke glasbreuk,buitenschrijnwerk kan niet meer gesloten worden, …).
12° De waterdichtheid van de woning of het gebouw is niet gegarandeerd (zeer zware infiltraties via dak/gevel(s) …).
13° Onafgewerkte ruwbouw.
14° Ernstige inpandige vernielingen: de woning of het gebouw is deels vernield of gesloopt.
15° Het langdurig aanbieden van de woning of het gebouw als ‘te huur’ of ‘te koop’.
16° Rolluiken in slechte staat (ernstig vervuild, mosgroei, …).
17° Glas- en/of buitenschrijnwerk in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden, …).
18° Dakgoot en/of waterafvoerpijp in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden, afhangend, ...).
19° De afwezigheid van een brievenbus.
20° Een uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus.
21° Storende omgevingsaanleg: slecht onderhouden omgeving/tuin.
22° De woning of het gebouw is gedeeltelijk niet bemeubeld.
23° Getuigenissen: bijvoorbeeld van omwonende(n), postbode, wijkagent, ….
24° Het ontbreken van een actief vestigings-/ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemingen op het adres van het gebouw.
25° Het ontbreken van handelswaar in de etalage/handelsruimte van het gebouw.
§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een administratieve akte, waarbij ’een fotodossier en een beschrijvend verslag', met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden.
De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand.
De administratie stelt de houder van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen en woningen in het leegstandsregister. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het beschrijvende verslag.
3. Verhouding tot andere inventarissen
Een gebouw of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.
Een gebouw of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.
4. Beroep tegen het besluit tot opname in het leegstandsregister
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als de datum van indiening.
Dit beroepschrift moet ondertekend zijn en bevat minimaal de volgende gegevens:
1° de identiteit en het adres van de indiener
2° de aanwijzing van de administratieve akte van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.
§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift.
Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in een van de volgende gevallen:
1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van 4. Beroep tegen het besluit tot opname in het leegstandsregister, §1, 1e tot en met het 3e lid.
2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht.
3° het beroepschrift is niet ondertekend.
Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§3. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. van de Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§4. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het leegstandsregister.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand in de administratieve akte.
5. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in 1. Algemene bepaling, 5°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden.
Een gebouw met economische functie, gelegen binnen het kernwinkelgebied, wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in 1. Algemene bepaling- Definities, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 3 opeenvolgende maanden.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, vermeld in 1. Algemene bepaling- Definities, 7°.
De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de voormelde functie.
§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd of dat de hoofdfunctie van een gebouw of woning gewijzigd werd op grond van een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning.
De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd uitgevoerd.
§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister, richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als de datum van indiening.
Als het schrappingsverzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§4. De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het leegstandsregister schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in 5. Schrapping uit het leegstandsregister, §1 of §2, voldaan is.
6. Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als de datum van indiening.
§2. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Het beslissingsorgaan onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§3. Als het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister met als datum van (elektronisch) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het initiële verzoek tot schrapping. Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband kan hier gemotiveerd van afwijken.
Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen.
7.Procedure
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt. Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.